#341: De eerste burnout-paradox: je wint de strijd pas als je stopt met vechten
Als je in een burnout zit ben je waarschijnlijk een doorzetter, iemand die gewend is om dingen aan te pakken, alles in het werk te stellen om problemen op te lossen en in elk geval niet zo snel op te geven. De kans is zelfs groot dat je hiervoor al je hele leven complimenten en lof hebt ontvangen; zelfs als je je niet lekker voelde of moe was kon je vaak gewoon doorgaan.
Het is bij veel burnouters heel gewoon om deze manier van werken ook tijdens de burnout in stand te houden. Er wordt gekozen voor een stevige aanpak om de burnout te bestrijden want dat is wat men gewend is. Ondanks dat er nu even niet gewerkt wordt willen velen niet zomaar bij de pakken neerzitten en zullen een actieve benadering kiezen.
Aan de slag
Je zal dan ook de eerste niet zijn die aan de slag gaat met van alles en nog wat. Eerst naar de huisarts, eventueel een psycholoog, en wellicht daarnaast ook nog allerlei andere zaken zoals lichamelijke therapieën, yoga, meditatie, cursussen of trainingen, supplementen, voeding en wat er allemaal nog meer te vinden is.
Wie op deze manier bezig gaat om de burnout te bestrijden zal echter vroeg of laat tegen de eerste burnout-paradox aanlopen. Deze luidt als volgt:“je wint de strijd pas als je stopt met vechten.” Dat lijkt een tegenstrijdigheid want je zou juist verwachten dat hoe harder je vecht, hoe sneller de burnout verslagen zal zijn. De realiteit is echter precies andersom.
Het principe van “niet opgeven maar juist doorgaan” is meestal juist de oorzaak van de burnout en zal daarom geen oplossing bieden. Bij een burnout is er langdurig een te hoge belasting geweest die tot een uitputting heeft geleid en deze kan alleen omgekeerd worden door het omgekeerde gedrag te gaan vertonen. Het is nu dus tijd om jezelf met rust te laten.

foto: © 2024 kakikhebeenburnout.nl
Jezelf met rust laten betekent niet dat je jezelf verplicht om op vaste tijden dutjes te doen of te mediteren. Of dat je elke week naar yogales moet of per sé strenge dieetregels volgt. Of dat je in therapie gaat en daarbij verwacht dat je burnout zo snel mogelijk zal verdwijnen. Jezelf met rust laten is iets heel anders. Jezelf met rust laten betekent het afschaffen van onrust, chaos en haast (OCH), het loslaten van verantwoordelijkheden en verplichtingen en het beëindigen van je tomeloze inzet. Kortom: niets meer hoeven en daar ook volledig vrede mee hebben.
Jezelf met rust laten betekent ook dat je in stilte op de bank kan zitten zonder dat je daarvan zenuwachtig wordt. Kalm kunnen zijn zonder dat daarbij de radio of TV aan hoeft te staan en zonder dat je daarbij moet blijven scrollen op je telefoon. Niet van alles moeten omdat “het nou eenmaal moet”. Allerlei dingen waarvan je denkt dat het niet anders kan tóch kunnen omkeren of afschaffen. Jezelf met rust laten betekent ook dat je de burnoutklachten kan aanvaarden, ze los kan laten en ze niet met man en macht wil bestrijden.
De regel dat hoe harder je je inzet, hoe sneller het probleem zal zijn opgelost is op je werk of in je privéleven misschien wel inzetbaar geweest, maar is bij burnout niet van toepassing. Sterker nog: hoe meer je kan loslaten en hoe minder je jezelf activeert, hoe sneller je genezen zal zijn. Je lichaam moet immers opnieuw leren hoe de hyperactieve (of overspannen) toestand op een normale, natuurlijke wijze kan terugkeren naar kalmte en ontspanning en dat doe je niet door nieuwe inspanningen toe te voegen. Ook moet een energiegebrek worden opgelost en dat doe je niet door energie te blijven verbruiken.
Stoppen met vechten
Een gevecht wordt door het zenuwstelsel als gevaar gezien en dan zullen er vechten-of-vluchten reacties verschijnen in plaats van kalmte. Het aanhoudend bezig zijn met je klachten, angst en twijfel over hoe lang het nog zal duren en de eventuele vraag waarom de gekozen behandelingen niet werken doen hetzelfde; het zenuwstelsel blijft gevaren zien en kalmeert daardoor niet. Om te kunnen herstellen is het dus van belang om jezelf niet de hele dag bezig te houden met je klachten of het bestrijden daarvan.
Als je erop kan vertrouwen dat je burnout vanzelf over zal gaan zonder dat daarvoor een actieve benadering nodig is kan het zenuwstelsel sneller tot rust komen, de spanning vervolgens dalen en het energieverbruik omlaag gaan. Kortom: als je de strijd tegen burnout wil winnen dan is het beter om te stoppen met vechten.
Vooral bij langduriger gevallen kan de vechtstand overheersend zijn. Het loslaten van de burnout en de klachten kan dan erg moeilijk zijn. Dit kan veroorzaakt worden door enerzijds de teleurstelling dat alles wat tot nu toe geprobeerd is niet de oplossing bleek te zijn, en anderzijds het feit dat men al het hele leven lang dezelfde actieve aanpak heeft gekozen en simpelweg niet op het idee komt om dat eens anders te doen.
Het almaar willen doorgaan kan een karaktereigenschap lijken maar is vaak het gevolg van opvoeding, trauma of andere psychologische factoren. Het zenuwstelsel reageert automatisch, dus zonder dat erover wordt nagedacht, met vechten-of-vluchten reacties in situaties waar dat niet nodig is omdat het te gevoelig is afgesteld. De geactiveerde stand is veelal zelfs de standaardmodus waarin wordt geleefd en het kan soms tijd kosten om je te realiseren dat je zo in elkaar zit. Je denkt:“ik hou gewoon van aanpakken” of “stilzitten is niks voor mij hoor” maar in werkelijkheid is je zenuwstelsel ontregeld.
Ook buiten jezelf bestaan er allerlei factoren die eraan kunnen bijdragen dat je het gevecht tegen burnout niet loslaat. In onze samenleving is het namelijk best wel vreemd om te deactiveren en al helemaal als je ziek bent. Dan moet je natuurlijk alles in het werk stellen om zo snel mogelijk weer beter te worden! Er is dus altijd wel een leidinggevende (of klant) die van mening is dat er opgeschoten moet worden met je herstel, en als die er niet zijn heb je vast wel vrienden of bekenden die een soortgelijke mening hebben. “Niks doen is geen oplossing, dan wordt het alleen maar erger!”
Arbo-artsen en het UWV zijn ook nogal van het aanpakken want zij willen niet dat er een afstand ontstaat tot het werk. Het volgen van tenminste één behandeling voor je burnout is zo goed als verplicht en het liefst wil men ook horen dat daarbij medicatie wordt ingezet. Jezelf gewoon eens met rust laten is in elk geval geen optie.
Ook de overheid geeft je een porretje: de Wet Verbetering Poortwachter schrijft voor dat je binnen zes weken al een plan moet maken waarin staat hoe je terug gaat keren. Gewoon je lichaam op een natuurlijke manier tot rust laten komen telt natuurlijk niet. Het maakt in wezen niet uit wat je doet, als het maar niet niks is want dan ben je af. Aanpakken is de boodschap. Er wordt in deze wet helaas niet stilgestaan bij het feit dat de boodschap van “aanpakken en aan de slag ermee” bij veel burnouters al het hele leven overmatig wordt gehanteerd en de primaire óórzaak is geweest van de burnout. Het aanpakken zou nou juist eens zou moeten worden gestaakt en afgeleerd.
Ook veel huisartsen en psychologen doen mee door te stellen dat je eigenlijk altijd wel wat activiteiten moet blijven doen die dan ook nog eens moeten worden opgebouwd. Pak wel eens een mailtje op of drink koffie met een collega. Ga op zijn minst toch wel wat sociale of leuke activiteiten doen, want je burnout moet weggepoetst worden en dat gaat niet vanzelf. Men lijkt geen rekening te houden met de eerste burnout-paradox. Hoewel er vaak wordt geadviseerd om rust te nemen wordt daar meestal alleen mee bedoeld dat je een tijdje niet werkt. Het advies: “stop met vechten en laat jezelf eens écht met rust” wordt nooit gegeven.
Toch is al vrij lang bekend dat vechten niet de oplossing is voor burnout en dat het lichaam in staat moet worden gesteld om eens helemaal tot stilstand te komen, vooral tijdens de eerste periode. (De boeken van Brankele Frank, Carolien Hamming en Ernst Ellis laten dat goed zien). Ook moeten de hersenen een tijd lang flink ontzien worden om te kunnen ontprikkelen en te herstellen van de overbelasting. Het zenuwstelsel moet bovendien de kans krijgen om van de chronische “aan” stand terug te keren naar de normale “uit” stand. Een overactieve, strijdbare houding is daarbij niet behulpzaam.
Let wel: jezelf met rust laten is iets anders dan “niksen”. Het is niet de bedoeling om alleen maar in bed of op de bank te gaan liggen. Uiteraard zijn activiteiten zoals mild wandelen, fietsen, zwemmen, wat lezen, rustige muziek luisteren, een boodschapje doen, kalme hobby’s of af en toe yoga of mediteren allemaal aan te raden. Je moet alleen wel het idee loslaten dat je burnout daarvan over móet gaan en je moet het idee loslaten dat je deze dingen altijd móet doen, zelfs wanneer je er geen zin in hebt.
Meerdere therapieën volgen, steeds langer en vaker lichamelijke oefeningen doen, aanhoudend nieuwe informatie opzoeken, het volgen van verschillende behandelingen tegelijk of achter mekaar allerlei dingen proberen om je klachten weg te krijgen zijn allemaal gevechtshandelingen. Gevechtshandelingen waarmee je de strijd niet wint; de eerste burnout-paradox schrijft het tegenovergestelde voor.
Het lammetje
Ik kwam eens tijdens een wandeling een lammetje tegen dat met alle vier zijn poten vast zat in een veerooster. Hij kon niet meer vooruit of achteruit. Ik dacht het lammetje wel even op te tillen om hem te bevrijden, maar zodra ik hem aanraakte begon hij als een idioot te spartelen. Het gespartel zorgde er echter voor dat zijn poten niet tussen de spijlen door konden. Om hem eruit te krijgen moest hij zich juist helemaal stil houden maar een schaap heeft helaas een natuurlijke reactie om dat niet te doen.
Ik ging maar naar huis omdat ik wist dat de boer sowieso elke middag langs de dijk rijdt en zijn kudde controleert. Hij zou hem er vast wel uit kunnen krijgen. Toen ik echter de volgende dag terugkwam zat het lammetje nog steeds in het rooster. Hij was inmiddels zó uitgeput dat hij niet meer spartelde. Dit was zijn geluk en voor mij de oplossing. Ik kon hem nu met een simpele beweging optillen en eenvoudig bevrijden uit het rooster. Ik zette hem verderop in het gras en hij werd al snel door zijn moeder gevonden.
Als het lammetje nou niet had gesparteld had ik hem er al veel eerder uit kunnen halen. Wat voor het lammetje een natuurlijke reactie was, was niet de oplossing voor zijn probleem.
Wie een burnout heeft kan goede sprongen maken in het herstel door te stoppen met spartelen. Leg je erbij neer dat je nu even niks kan, aanvaard dat je verschillende rare klachten hebt die ook vanzelf weer weg zullen gaan, en voel je veilig met het idee dat je jezelf nu écht met rust mag laten. Lukt dat niet, dan kan een coach of psycholoog daar eventueel bij helpen, maar die moet dan wel op de hoogte zijn van de eerste burnout-paradox.
Heb je zelf soortgelijke ervaringen of juist andere? Reageer op Instagram.
Volgende keer: de tweede burnout-paradox.